Soms maken juist de ongemakkelijke momenten een reis onvergetelijk. Ik stond bovenaan de kliffen van Dyrhólaey in Zuid-IJsland terwijl het met bakken uit de hemel kwam. Mijn regenjas had al lang opgegeven en ik was tot op mijn ondergoed doorweekt. Maar toen keek ik naar beneden, en zag een hele rotswand vol papegaaiduikers.

Met hun felgekleurde snavels en wiebelige vleugels zijn het misschien wel de meest charmante vogels die er bestaan. In het Engels heten ze puffins, een naam die net zo vrolijk klinkt als hun verschijning. Terwijl de regen langs mijn gezicht droop, vergat ik alles en keek ademloos toe hoe ze tegen de wind in opstegen of stuntelig landden op de rotsen.

Waar leven papegaaiduikers?

Papegaaiduikers brengen het grootste deel van hun leven door op zee, ver van de kust. Alleen in het broedseizoen – van eind mei tot half augustus – komen ze massaal naar land om hun nesten te maken. Ze graven holen in de grond of nestelen zich in rotsspleten, vaak hoog boven de zee.

In IJsland leeft meer dan de helft van de wereldpopulatie, maar ook de Faeröer eilanden staan bekend om hun grote kolonies. Andere broedgebieden vind je in Noorwegen, Schotland, Ierland en zelfs delen van Canada. Na de zomer trekken ze weer de Atlantische Oceaan op, waar ze de rest van het jaar op open water doorbrengen.

Pufflings: jonge papegaaiduikers die hulp nodig hebben

Wat ik later ontdekte, maakt deze vogels nog bijzonderder. De jonge vogels – pufflings – verlaten het nest zodra ze sterk genoeg zijn om te vliegen. Ze laten zich leiden door licht, maar dat gaat niet altijd goed. Door straatverlichting raken ze vaak gedesoriënteerd en landen ze midden in dorpen.

In IJsland is daar een prachtige traditie omheen ontstaan. Kinderen en families gaan ’s avonds op pad om verdwaalde pufflings te verzamelen. Ze worden veilig in doosjes gedaan en de volgende ochtend bij daglicht aan de kust vrijgelaten. Een klein maar waardevol ritueel dat elk jaar duizenden jonge vogels een tweede kans geeft.

Dromen van de Faeröer

De papegaaiduiker is niet alleen in IJsland te zien. Ook op de Faeröer eilanden kun je tijdens de zomermaanden hele kolonies bewonderen. Het lijkt me magisch om daar ooit te staan: hoog op de kliffen, naar beneden kijkend zoals ik in Dyrhólaey deed, maar dan met de ruige Faeröerse fjorden en oceaan als decor. Misschien nog wel intenser, juist omdat het er rustiger is en je de natuur vaak helemaal voor jezelf hebt.

Ontdek de Faeröer eilanden

Praktische tips om papegaaiduikers te spotten

  • Beste reistijd: eind mei tot half augustus. In deze periode komen de puffins aan land om te broeden. In juni en juli zijn de kolonies het grootst.
  • IJsland: Dyrhólaey, Vestmannaeyjar (Westman Islands) en Borgarfjörður Eystri.
  • Faeröer eilanden: Mykines (dé plek voor puffins), Stóra Dímun en Skúvoy.

Tip: neem een verrekijker mee en blijf op de paden. Papegaaiduikers zijn niet bang aangelegd, maar ze hebben wel rust nodig tijdens het broedseizoen.