Toen we onze rondreis door IJsland voorbereidden, stond één route met stip bovenaan ons lijstje: de Golden Circle. Vrijwel iedere reisgids noemt deze route als dé kennismaking met het land. Geisers die metershoog de lucht in schieten, indrukwekkende watervallen, vulkanische landschappen en een nationaal park waar je letterlijk tussen twee continenten kunt wandelen. Het klonk als de perfecte start van onze reis. Daarom boekten we drie nachten in Selfoss, een populaire uitvalsbasis voor de Golden Circle. Achteraf bleek dat misschien iets optimistischer dan nodig.
Op 4 augustus begonnen we vol enthousiasme aan onze eerste ontdekkingstocht. En laat ik maar meteen eerlijk zijn: de Golden Circle is prachtig. Sommige plekken zijn zelfs ronduit spectaculair. Toch merkten we na twee dagen dat we iets anders zochten. Iets waar we vooraf misschien nog niet eens woorden aan konden geven.
Kerið: onze eerste kennismaking met het vulkanische IJsland
Onze eerste stop was Kerið, een vulkaankrater die duizenden jaren geleden ontstond na een vulkaanuitbarsting. Het felblauwe water in het midden stak prachtig af tegen de roodbruine vulkanische hellingen. Zelfs op foto’s ziet het er bijzonder uit, maar in het echt zijn de kleuren bijna onwerkelijk. Het was zo’n plek waar we meteen merkten dat IJsland anders is dan andere bestemmingen. Ruiger, geologisch spectaculairder en soms bijna buitenaards.
Terwijl we rond de krater liepen, bleven we foto’s maken van het kleurenspel tussen water, gesteente en begroeiing. Tegelijkertijd maakten we hier ook kennis met een andere kant van de Golden Circle. De parkeerplaats stond behoorlijk vol en langs het wandelpad liep een vrijwel onafgebroken stroom bezoekers. Begrijpelijk natuurlijk, want Kerið is prachtig. Maar het was wel anders dan het beeld van verlaten landschappen dat we vooraf van IJsland hadden.
Haukadalur: stoom, zwavel en geisers
Vanuit Kerið reden we door naar Haukadalur, het beroemde geothermische gebied dat voor veel bezoekers één van de hoogtepunten van de Golden Circle vormt. Zodra we uitstapten, roken we het al. De karakteristieke zwavelgeur hing overal in de lucht. Tussen de stoompluimen en borrelende warmwaterbronnen voelde het alsof de aarde hier nog volop in beweging was.
De grote publiekstrekker is Strokkur, een geiser die ongeveer iedere vijf tot tien minuten uitbarst. Je ziet het water eerst opbollen, waarna een enorme waterkolom plotseling de lucht in schiet. Indrukwekkend blijft het zeker. Ook wij stonden iedere keer weer klaar met onze camera. Toch merkten we hier misschien wel het sterkst hoe populair de Golden Circle tegenwoordig is. Rond de geiser stond een grote kring bezoekers te wachten op de volgende uitbarsting. Camera’s in de aanslag, telefoons omhoog. Zodra Strokkur zijn kunstje had vertoond, schoof de hele menigte weer een paar meter op voor de volgende ronde.
Het was fascinerend om te zien, maar tegelijkertijd voelden we dat dit niet helemaal het rustige, ruige IJsland was waar we vooraf van hadden gedroomd.
Gullfoss: de gouden waterval
Ook Gullfoss stelde niet teleur. Deze beroemde waterval wordt gevoed door smeltwater van een gletsjer en behoort tot de bekendste natuurverschijnselen van IJsland. Het water stort eerst over een brede trap naar beneden en verdwijnt vervolgens met enorm geweld in een diepe kloof.
Vanaf de verschillende uitzichtpunten voel je letterlijk de kracht van het water. Het geraas is overal hoorbaar en op sommige plekken waait de nevel zelfs tot op het wandelpad. Het is zo’n plek waar je automatisch even stil wordt en alleen maar kijkt.
Gullfoss was zonder twijfel één van de hoogtepunten van onze eerste dagen in IJsland. Tegelijkertijd betrapten we onszelf erop dat we steeds dezelfde opmerking maakten.
“Wat is het hier mooi.”
En daarna vrijwel direct:
“Wat is het hier druk.”
Lunchen tussen de tomatenplanten
Misschien wel de grootste verrassing van de Golden Circle vonden we niet bij een geiser of waterval, maar tijdens de lunch.
Bij Friðheimar, een restaurant gevestigd in een grote tomatenkas, schoven we aan tussen honderden tomatenplanten. Buiten waaide de IJslandse wind over de velden. Binnen voelde het alsof we ineens in Zuid-Europa waren beland.
De beroemde tomatensoep bleek minstens zo lekker als iedereen beweert en de sfeer was heerlijk ontspannen. Het was zo’n plek waar je achteraf nog vaak aan terugdenkt. Juist omdat het totaal anders was dan alle andere stops die dag. Misschien was het zelfs wel onze favoriete stop van de Golden Circle.
Þingvellir: wandelen tussen twee continenten
Ook Þingvellir National Park stond natuurlijk op ons lijstje. Dit nationale park is niet alleen van grote historische betekenis, maar ook geologisch uniek. Hier ligt de breuklijn tussen de Noord-Amerikaanse en Euraziatische tektonische plaat. Je kunt er letterlijk wandelen tussen twee continenten.
Het bijzondere aan Þingvellir is dat je er niet alleen naar een mooi landschap kijkt, maar ook door de geschiedenis wandelt. Hier kwam ruim duizend jaar geleden het eerste IJslandse parlement bijeen. Het idee dat twee continenten hier langzaam uit elkaar bewegen, terwijl mensen hier al meer dan duizend jaar samenkomen, blijft fascinerend.
Toch merkte ik dat me nog iets anders opviel. De mensenmassa’s. Lange slierten bezoekers trokken over de wandelpaden. Op sommige momenten voelde het minder als een nationaal park en meer als een populaire attractie. Niet omdat de plek zelf tegenviel, integendeel, maar omdat de drukte een deel van de magie wegnam.
Het Disneyland-gevoel
Na twee dagen Golden Circle begonnen we langzaam te begrijpen waarom we twijfelden. De natuur was fantastisch. De bezienswaardigheden waren indrukwekkend. Maar het voelde soms alsof we vooral de bekendste versie van IJsland aan het bekijken waren.
Misschien kwam het door de touringcars, de volle parkeerplaatsen of de rijen bezoekers bij de bekendste uitzichtpunten. Hoe dan ook kregen we af en toe een beetje een Disneyland-gevoel. Niet omdat de natuur minder indrukwekkend was, maar omdat alles zo georganiseerd en populair aanvoelde.
Wij reden de Golden Circle op 4 en 5 augustus, midden in het hoogseizoen. Achteraf gezien is dat waarschijnlijk niet de meest rustige periode om deze route te ontdekken.
Onze tips voor de Golden Circle
Zouden we de Golden Circle overslaan? Zeker niet. De plekken zijn daarvoor simpelweg te bijzonder. Wel zouden we een paar dingen anders doen. Ga zo vroeg mogelijk op pad of juist later op de avond wanneer de meeste dagtoeristen weer vertrekken. Vermijd juli en augustus als dat binnen je planning mogelijk is. En misschien wel de belangrijkste tip: besteed niet al je tijd aan de Golden Circle alleen. Want juist toen wij besloten om van de gebaande paden af te wijken, veranderde onze ervaring van IJsland compleet.
Is de Golden Circle de moeite waard?
Ja. Maar wel met de juiste verwachtingen.
De Golden Circle liet ons zien waarom zoveel mensen naar IJsland reizen. De natuur is indrukwekkend, de afstanden zijn overzichtelijk en de hoogtepunten volgen elkaar in hoog tempo op. Voor veel reizigers zal dit zonder twijfel één van de hoogtepunten van hun vakantie zijn.
Toch kwamen wij na twee dagen tot de conclusie dat drie nachten in Selfoss voor ons eigenlijk niet nodig waren. We hadden de belangrijkste plekken gezien en werden steeds nieuwsgieriger naar de rest van het eiland. Daarom besloten we onze planning om te gooien en een dag eerder dan gepland verder te rijden.
Dat bleek achteraf één van de beste beslissingen van de hele reis.
Drie nachten in Selfoss zouden we waarschijnlijk niet meer boeken. Achteraf gezien waren twee dagen voor ons voldoende. De mooiste herinneringen aan IJsland ontstonden namelijk pas toen we verder reden over de Ring Road. Daar vonden we de rust, de ruimte en de onverwachte plekken waar we vooraf van hadden gedroomd. De Golden Circle was een prachtige kennismaking met IJsland.
Maar het echte avontuur begon voor ons pas daarna.

