Sommige plannen hebben blijkbaar wat tijd nodig. In mijn geval… een jaar of veertien. Lees hier hoe ik leer tekenen op de iPad.
In 2012 bezocht ik het Guggenheim Museum in Bilbao, waar op dat moment de enorme tentoonstelling David Hockney: A Bigger Picture te zien was. De tentoonstelling liep van mei tot en met september 2012 en bestond uit schilderijen, houtskooltekeningen, schetsboeken, digitale video’s én tekeningen die Hockney op zijn iPad had gemaakt.
Juist die digitale werken bleven bij mij hangen. Want tekenen op de Apple iPad, kon je daarmee nu echt kunst maken? Hockney bewees van wel. Zijn digitale landschappen waren kleurrijk, levendig en heel herkenbaar Hockney. Bovendien waren ze destijds behoorlijk vers van het scherm: hij was pas in 2010 serieus op de iPad gaan tekenen.
Ik vond het fascinerend en dacht gelijk: dat wil ik ook!
Fast forward naar 2026. Er ligt inmiddels een fonkelnieuwe iPad Pro 13 inch op mijn bureau, ik heb een Apple Pencil en ik heb mezelf eindelijk zover gekregen om niet alleen naar mooie digitale tekeningen van anderen te kijken, maar zelf te beginnen. Samen met ChatGPT heb ik er zelfs een apart project voor aangemaakt waarin ik stap voor stap leer tekenen. Les één zit erop.
Of daar ooit een Hockney uit gaat komen, durf ik ernstig te betwijfelen. Maar dat hoeft natuurlijk ook helemaal niet. Het leuke is juist om iets nieuws te leren. Want tja, je bent sowieso nooit te oud om te beginnen.
Wie was David Hockney?
David Hockney werd in 1937 geboren in Bradford in Engeland en groeide uit tot een van de bekendste Britse kunstenaars van de twintigste en eenentwintigste eeuw. In de jaren zestig werd hij bekend in de periode van de Britse popart en na zijn verhuizing naar Los Angeles schilderde hij de zonnige Californische landschappen, huizen en zwembaden waarmee veel mensen hem nog altijd associëren. A Bigger Splash uit 1967 is waarschijnlijk een van zijn bekendste werken.
Maar wie Hockney alleen kent van zijn zwembaden doet hem tekort. Hij maakte portretten, landschappen, foto’s, collages, grafiek en decorontwerpen en experimenteerde zijn hele leven met nieuwe manieren om beeldmateriaal te maken.
Hockney bleef nieuwsgierig. Hij werkte met Polaroids, fotokopieerapparaten, faxmachines, digitale camera’s, video, zijn iPhone en uiteindelijk de iPad. Toen die in 2010 verscheen, begon hij het apparaat vrijwel meteen als tekeninstrument te gebruiken. De iPad werd voor hem bijna een nieuw soort schetsboek.
Op 11 juni 2026 overleed David Hockney thuis in Londen, 88 jaar oud. Tot op hoge leeftijd bleef hij werken en experimenteren. Zijn nieuwsgierigheid vind ik misschien wel een van de mooiste dingen om van hem mee te nemen. Niet denken dat je iets al kent of dat je op een bepaalde leeftijd bent uitgeprobeerd, maar gewoon nog eens een nieuw materiaal, een nieuwe techniek of in dit geval een nieuw scherm proberen.
Hockney tekende gewoon op zijn iPad
Wat ik in Bilbao zag, was dus bepaald geen gimmick. Hockney gebruikte de iPad echt als serieus kunstenaarsmateriaal.
Hij werkte destijds met de app Brushes. Wat hem onder andere beviel was de snelheid waarmee hij kon werken. Licht verandert voortdurend en buiten tekenen betekent normaal gesproken dat je snel moet zijn. Op een iPad kon hij kleuren direct kiezen, lijnen aanpassen en meteen verder tekenen.
Hij maakte er bijvoorbeeld digitale landschappen mee en tekende bloemen, bomen, zonsopkomsten en steeds veranderende luchten. Het scherm was daarbij niet zomaar een vervanger voor papier. Het bood hem andere mogelijkheden.
En misschien is dat precies de juiste manier om naar digitaal tekenen te kijken. Niet als een makkelijke versie van echt tekenen, maar als een ander materiaal.
Is tekenen op een iPad makkelijker dan op papier?
Dat dacht ik stiekem wel een beetje voordat ik begon. Je hebt tenslotte een knop waarmee je de laatste actie ongedaan kunt maken. Hoe moeilijk kan het zijn?
Nou.
Een iPad kan een hoop voor je doen, maar helaas niet het belangrijkste: kijken.
Je moet nog steeds leren hoe vormen in elkaar zitten, waar lijnen lopen, hoe groot iets is ten opzichte van iets anders en waarom een tekening soms nét niet klopt. Een scheve berg blijft een scheve berg, ook als hij digitaal is getekend.
Toch heeft tekenen op de iPad voor een beginner ontzettend veel voordelen. Je hebt geen laden vol potloden, verf, stiften en papier nodig. Je kunt kleuren eindeloos uitproberen, met verschillende penselen werken en onderdelen van een tekening in aparte lagen zetten. Gaat iets helemaal mis, dan kun je een stap terug. Of tien.
En alles wat je maakt zit netjes bij elkaar op één apparaat.
Dat laatste is voor mij trouwens ook een behoorlijk voordeel. Ik ken mezelf. Als ik voor iedere nieuwe hobby eerst twaalf potloden, vier schetsboeken, aquarelverf en een speciale kast nodig heb, wordt het project al snel groter dan de hobby zelf.
Welke tekenapp gebruik ik op de iPad?
Hockney gebruikte Brushes, maar inmiddels is de keuze aan tekenapps enorm. Procreate is waarschijnlijk een van de bekendste voorbeelden en wordt zowel door beginners als professionele illustratoren gebruikt.
Zelf werk ik tijdens mijn lessen ook met Procreate. En juist als beginner vind ik het eigenlijk helemaal niet interessant om twintig tekenapps met elkaar te vergelijken. Ik wil vooral één programma leren kennen en ontdekken wat ik ermee kan.
Want laten we eerlijk zijn: als je net begint, is een scherm met honderden mogelijkheden niet per se een voordeel. Voor je het weet ben je een half uur penselen aan het uitproberen en heb je nog steeds geen lijn getekend.
Wat ik vooral fijn vind aan digitaal tekenen is dat je kunt werken met lagen. Je bouwt een beeld letterlijk stukje voor stukje op en kunt ondertussen blijven aanpassen. Dat bleek tijdens mijn eerste les meteen behoorlijk handig.
Mijn eerste iPadtekening: een fjord à la Hockney
Voor mijn eerste echte tekenles koos ik een foto die ik zelf in Noorwegen had gemaakt. Een fjord bij het plaatsje Bergen in Noorwegen, met water, bergen en verschillende lagen landschap achter elkaar. Mooi genoeg om na te tekenen, dacht ik.
We besloten het niet realistisch te maken, maar ons te laten inspireren door Hockney. Dat bleek meteen een stuk interessanter.
We begonnen met de grote vlakken en bouwden het landschap laag voor laag op. Eerst de achtergrond, daarna de bergen, het water en steeds meer details. En juist doordat je met lagen werkt, ga je ineens veel bewuster kijken naar wat vóór en achter elkaar ligt.
Hoe creëer je eigenlijk diepte in zo’n landschap? Waarom lijkt een berg verder weg? Wat doet schaduw? En moet een berg werkelijk grijs of groen zijn? Blijkbaar niet.
Op een gegeven moment zat ik dus een berg paars te maken. Iets wat ik bij een gewone landschapstekening waarschijnlijk nooit zou hebben bedacht. Maar als je naar het werk van Hockney kijkt, zie je juist hoe vrij hij met kleur omgaat. Een landschap hoeft niet de kleuren te hebben die je verwacht. Een boom mag knalgeel zijn, een schaduw blauw en een berg dus blijkbaar paars. We zijn volgens mij uiteindelijk bijna drie uur bezig geweest met die ene tekening.
Het resultaat? Laten we zeggen dat het Guggenheim nog niet heeft gebeld.
Maar daar ging het eigenlijk helemaal niet om. Ik heb in die paar uur ontzettend veel geleerd over diepte, schaduw, lagen en vooral over kleur. Dingen waar je normaal misschien gedachteloos naar kijkt, moest ik ineens bewust gaan zien. En bovendien was het gewoon ontzettend leuk om te doen.
Tekenen is vooral leren kijken
Dat is misschien wel mijn grootste ontdekking na die eerste les. Ik dacht dat leren tekenen vooral betekende dat je moest leren hoe je met een Pencil een mooie lijn maakt. Maar het begint veel eerder. Je moet juist leren kijken.
Waar begint een vorm? Waar eindigt hij? Welke kleur zie ik echt, in plaats van welke kleur denk ik dat iets hoort te hebben? Waarom voelt het ene deel van een landschap dichtbij en het andere ver weg?
De iPad helpt daarbij omdat je zonder al te veel angst kunt experimenteren. Paarse berg toch geen goed idee? Andere kleur proberen. Schaduw te donker? Aanpassen. Een hele laag verkeerd? Dan zet je hem uit en kijk je opnieuw. Dat maakt het voor een beginner ontzettend laagdrempelig.
En misschien is dat precies waarom Hockneys iPadtekeningen me in 2012 al zo aanspraken. Niet omdat digitaal tekenen makkelijker is, maar omdat het uitnodigt om te proberen.
Veertien jaar geleden stond ik in Bilbao naar zijn digitale landschappen te kijken en dacht ik: dat lijkt me leuk om ooit eens te leren. Nu zit ik zelf achter zo’n scherm.
Mijn eerste fjord lijkt nog in de verste verte niet op een Hockney. Maar ik heb een paarse berg getekend, drie uur lang zitten proberen en alweer zin in de volgende les. Dat lijkt me voor een beginner eigenlijk een uitstekend resultaat.




