Vespa Ciao 1986

Puberperikel van de week: Mia wil een Vespa scooter. Een kleine kanttekening, Mia is 14…

“Mam, mag ik een scooter?”
“Echt niet, je bent 14!”
“En als ik 16 ben?”
“Ook niet. Veel te gevaarlijk. Fietsen is gezond!”
“Jij had toch vroeger ook een scooter?”
“Ik had geen scooter! Ik had een brommer. En toen was het verkeer veel rustiger.”

Vroeger was alles beter, toch?

In mijn hoofd hoor ik mijn eigen ouders dezelfde bezwaren maken, toen ik ergens halverwege de jaren ’80 vroeg of ik een brommer mocht. Er was geen sprake van, en ze hielden voet bij stuk. Tot dat daar in 1986 mijn 16e verjaardag was. Een paar jaar geleden schreef ik een verhaaltje over puber zijn en brommers. En als ik het zo nalees vrees ik dat mijn argumenten richting Mia kant nog wal raken… Lees je mee?

Sweet Sixteen

Onze straat heeft een nieuwe dagbladbezorger. Ik weet dat, omdat ik sinds een paar dagen ‘s-morgens om 04.45 uur gewekt word, door het geluid van zijn scooter. Yeng, Yeng…. iehhhh. Yeng, Yeng…. iehhhh. Van die scooters van tegenwoordig, worden wij volwassenen toch helemaal gestoord?! Slaaptekort door geluidsoverlast en geïrriteerde zenuwen, dat krijg je er van. En dan die gevaarlijke rijstijl, tegenwoordig midden op de rijbaan! Nou ik snij ze hoor. Met hun 16 jaren denken ze zeker dat ze er al zijn, dat ze het helemaal gemaakt hebben in de wereld. Ze komen verdorie nog maar net kijken! Die dweilen vertonen natuurlijk dit nieuwerwetse ADHD gedrag doordat ze de hele dag energiedrankjes drinken en naar rare house- en hiphopmuziek luisteren. Ravestyle, jumpstyle, newstyle en oldschool, herrie, allemaal herrie is het! En maar over leeftijdsgenootjes van het andere geslacht fantaseren en maar croptops dragen. Respectloos gewoon, denken alleen maar aan zichzelf! Nee, dat ging vroeger wel anders…

“Ik was piepjong en felbegeerd.”

Want er was eens een tijd, een tijd nog niet eens zo heel lang geleden. Ik was 15, zag eruit als 13 en had het lichaam van een 9-jarige. Ik was piepjong en felbegeerd. Op mijn jezusfiets zwierde ik over ons plein in Molenwijk. Ik was mij wel degelijk bewust van de flirtende blikken van het groepje jongens daar op de hoek. Ik wapperde wat met mijn lange blonde haren en zetten mijn voet in zo’n positie op de trapper dat mijn nieuwe Nikes extra goed te zien waren. Mijn coole rugzak hing – daar waar hij hoorde – aan het stuur. Het was hoogzomer en bij elke juvenile vierden de hormonen hoogtij. “He hoi jongens!” riep ik zwoel. De opgeschoten pubers keken me glunderend na. Nog 1 quasi onschuldige blik wierp ik over mijn schouder, en daar was toen die lantaarnpaal. Ik knalde er tegenaan, vloog door de lucht, schampte mijn schaambeen aan een stuk stuur en belandde ondersteboven in de bosjes. Ik kwam nog best redelijk fier overeind, lachte wat schaapachtig met die knakkers mee en liep het laatste stukje half kotsend van de pijn naar huis. In de veilige haven van onze tuin bekeek ik de schade: een zwartpaarse bult bovenop mijn verder door het leven nog ongeschonden venusheuvel. Uit pure frustratie om deze riante blunder gaf ik mijn fiets een genadeloze trap. Hoppa, die had ik toch niet meer nodig want morgen…. ja morgen zou ik 16 worden!!!

Mijn 16e verjaardag, 4 september 1986

In de tuin stonden vader, moeder, opa en oma en wat vriendinnen voor me te zingen. Centraal stond een groot voorwerp met een deken erover heen. Bij de 16e keer hoera trok mijn moeder de deken weg en daar stond hij dan: Glanzend metallic blauw, schitterend in het zonlicht… mijn droomvehical, mijn eigen VESPA CIAO! Alleen de naam al, prachtig toch? Vvvvespa Tsjauw. En dan dat knalpijpje. Een heerlijk bescheiden potje. Eigenlijk gewoon een zwart buisje met een minuscuul tuutje op het eind. “Deze bromfiets is zo goed als nieuw en zal nog heel wat jaartjes mee gaan”, drukte mijn vader – in zijn eigen jeugd bromfietsmaker – mij op het hart. “De carburateur en bougies zijn nog zo goed als nieuw en de motor loopt als een zonnetje!” En om het te bewijzen startte hij de motor. Een lieflijk rrrrrr rrrrr, klonk uit mijn uitlaatje. En gaf hij wat meer gas, dan werd dat RRR RRR, maar ook niet meer dan dat.
Zelfs mijn originele Vespa fietsbel klonk gesmeerd en voor die tijd goed luid en effectief. Daar was dan ook de helm. Een groot wit geval van het trendy bromfietshelmmerk Nolan. De flitsende gouden strepen op deze Nolan zouden het goed doen. Mijn nieuwe leven stond op het punt te beginnen, ik ging compleet de blits maken!

“Samen maakten we de wegen in Haarlem e.o. onveilig.”

Vespa Piaggo 1986

Nicht Jacq had eerder dat jaar al een bromfiets gekregen. Ook een prachtexemplaar: de Vespa Piaggio. Oer-Italiaans en oer-degelijk. Die van haar reed 45 km per uur, die van mij 48. Samen maakten we de wegen in Haarlem e.o. onveilig. Die brommers waren ons leven, onze lifestyle. Door wind en regen gingen we naar onze karatelessen. De heuvel naar Nauwelaerts was pittig en steil, maar niets was onze Vespa‘s teveel. In scherpe bochten even de trapper in de juiste positie zetten, en dan ging je er zowat plat doorheen hoor! Gelukkig werd vriendin Ilja ook al snel 16. Want achterop op een Vespa was natuurlijk ook niet alles. Ilja werd verwend met de hitbrommer van dat moment, de Puch. Niet zomaar een Puch, maar de Puch Purly! In een lichtgele variant, met zoete roze strepen, uitgevoerd met een poederwitte airbrush swoosh en glanzende velgen. Bijpassend helm incluis, evenals bel. Maar ja, dit was wel een nieuwe bromfiets. En nieuwe bromfietsen moeten ingereden worden. Jacq en ik waren solidair, dus met z’n drieën, 20 km per uur op 3 geweldige brommers, rrrrr rrrr. Best voor lul eigenlijk, maar gelukkig mochten we na een dikke week weer van RRR RRR.

“Daar reden midden in de nacht 3 slettebakjes.”

We waren jong en wild, het was de tijd van Prince en Kate Bush, White Snake en Billy Idol, Sweet Sixteen!!!
Van Schalkwijk verhuisden we naar de Bosch en Vaart-buurt. Buurtcentrum Radar werd ingeruild voor bruisende Stalker-avondjes. Spijkerbroeken en oversized sweaters maakten plaats voor hotpants en netkousen. Daar reden midden in de nacht 3 slettebakjes op hun pruttelende bromfietsjes, RRR RRR. Zich niet bewust van de mogelijke geluidsoverlast. Want er gold maar 1 ding, en dat was IK! En verder: waar zijn die jongens?

“Zo een mal ding op je hoofd is helemaal niet goed voor je getoupeerde pony.”

Onze brommers bleven nog steeds belangrijk voor ons. Maar de omgang veranderde gestaag. We waren nu immers zo goed als volwassen. Die robuuste helm kreeg een vaste plek aan het stuur, naast de handtas. Zo een mal ding op je hoofd is helemaal niet goed voor je getoupeerde pony. De trappers werden er af gesloopt. En het lieflijke zwarte pruttelpotje werd vervangen door een uitlaat van wat zwaarder kaliber. Die Puch Purly reed verdorie inmiddels allang 52, daar kon mijn Vespa Ciao toch niet voor onder doen?!
Yeng, Yeng…. ieehhhhh.

Nog hoor ik mijn vader mopperen over zijn opgroeiende dochter. Wijzend naar mijn zware oogmake-up, of ik soms met de kolenboer had gevreeën. Doorratelend over vroeger, zijn jeugd en zijn Tomos. Want vroeger, vroeger was alles veel beter.

Jaja…